Etikettenprinters uitgelegd: thermisch of inkt, welk formaat, en wat de etiketten kosten

Wilt u alleen uw eigen artikelnummers of locaties op een etiket, dan is Code 128 vrijwel altijd de juiste keuze. Hij kan letters en cijfers, is compact en wordt door elke scanner gelezen.
De variant Code 39 komt ook nog veel voor, maar die is breder bij dezelfde inhoud en kan minder tekens. Voor nieuwe toepassingen is er weinig reden om ervoor te kiezen.
Belangrijk: uw eigen codes hoeven nergens geregistreerd te worden. Zolang u ze zelf scant, mag u verzinnen wat u wilt.
Een detail dat vaak misgaat: laat de leesbare tekst onder de code staan. Als een scanner het laat afweten, kan iemand het nummer alsnog intikken — en dat gebeurt vaker dan u denkt bij een beschadigd of vervaagd etiket.
Zodra een product bij een andere partij over de kassa gaat, heeft u een EAN-nummer nodig — de dertiencijferige code die op vrijwel elk product staat.
Die nummers zijn niet vrij te verzinnen. U koopt een reeks bij GS1, de organisatie die ze uitgeeft, en dat kost jaarlijks geld. Een verzonnen EAN kan botsen met een bestaand product, en dat is een probleem dat u bij uw afnemer terugkrijgt.
Voor een webshop met eigen producten die u alleen zelf verkoopt, is dat niet nodig. Voor levering aan winkels wel.
Een QR-code kan veel meer tekens bevatten en is met elke telefoon te lezen. Dat maakt hem geschikt voor een link naar een handleiding, een pagina met productinformatie of een instructievideo.
Voor voorraadwerk is hij vaak minder praktisch: hij neemt meer ruimte in beslag dan een streepjescode met dezelfde inhoud, en handscanners lezen een gewone barcode sneller.
Een tussenvorm is DataMatrix: net als QR tweedimensionaal, maar compacter. Die zie je op kleine onderdelen en in de farmacie, en hij vraagt wel een printer van 300 dpi.
Elke code heeft een minimale afmeting nodig, en daarnaast een rustzone: een lege marge links en rechts. Zonder die marge weet de scanner niet waar de code begint.
Voor een streepjescode is een rustzone van ongeveer tien keer de breedte van de smalste streep gebruikelijk. In de praktijk betekent dat: laat een paar millimeter wit staan en plak niets tegen de code aan.
Test na het ontwerpen altijd één etiket met de scanner die er straks werkelijk overheen gaat. Een code die op het scherm perfect oogt, kan door een te kleine afdruk of een te dunne streep alsnog worden afgekeurd.
Sommige codes hebben een controlecijfer: een laatste cijfer dat uit de voorgaande wordt berekend. Bij EAN is dat verplicht, en een verkeerd berekend cijfer betekent dat de kassa de code weigert.
Goede software rekent dat cijfer zelf uit. Typt u een code met de hand in uw sjabloon, controleer dan of het programma het controlecijfer toevoegt of dat u het zelf moet aanleveren — dat verschilt per pakket.
Bij Code 128 en QR is het controlemechanisme ingebouwd en hoeft u niets te doen. Wordt zo'n code toch niet gelezen, dan ligt het aan de afdruk en niet aan de inhoud.
Nee. EAN-reeksen worden uitgegeven door GS1; een verzonnen nummer kan al aan een ander product toebehoren.
Meestal te klein geprint, te weinig rustzone eromheen, of een vervaagd thermisch etiket. Print hem een maat groter en probeer opnieuw.