Etikettenprinters uitgelegd: thermisch of inkt, welk formaat, en wat de etiketten kosten

Draagbare printers werken op een accu en verbinden met bluetooth. Ze wegen een halve tot anderhalve kilo en printen etiketten tot ongeveer vier inch breed.
Ze zijn gemaakt voor situaties waarin het etiket bij het product moet ontstaan: in een magazijn, bij een monteur in de bus, bij inventarisatie in een winkel. Dat scheelt lopen en voorkomt dat etiketten op de verkeerde doos belanden.
De beperkingen zijn snelheid, rolgrootte en prijs per etiket. Voor stapelwerk aan een bureau zijn ze geen goede keuze.
Een desktopmodel staat naast uw computer, is zo groot als een broodrooster en print tot een paar honderd etiketten per dag zonder moeite.
Dat is de categorie voor webshops, kleine bedrijven en verenigingen. Ze nemen rollen tot ongeveer 125 millimeter doorsnee, printen vier inch breed en kosten tussen de honderd en driehonderd euro.
De grens merkt u aan de printkop en de motor: bij structureel meer dan vijfhonderd etiketten per dag slijt zo'n apparaat merkbaar sneller en gaat de snelheid tegenzitten.
Let bij een desktopmodel ook op waar de rol zit. Bij printers met de rol ingebouwd houdt u een compact apparaat; bij modellen met een externe rolhouder erachter heeft u meer ruimte op het bureau nodig, maar kunt u wel grotere rollen gebruiken. Voor wie honderden etiketten per dag print, weegt dat tweede zwaarder.
Industriële printers hebben een metalen behuizing, nemen grote rollen en draaien duizenden etiketten per dag. Ze kosten een veelvoud, en dat verdient zich terug in levensduur en in het feit dat vrijwel elk onderdeel vervangbaar is.
Een belangrijk verschil dat zelden genoemd wordt: bij deze klasse zijn printkoppen, rollers en snijmessen los te bestellen en zelf te vervangen. Bij een goedkope desktop is een versleten printkop vaak het einde van het apparaat.
Voor wie dagelijks honderden etiketten print, is een gebruikte industriële printer daarom vaak een betere koop dan een nieuwe desktop.
Een ingebouwd snijmes knipt elk etiket los. Dat is prettig bij losse verzendlabels en overbodig bij etiketten van een rol die u toch afscheurt.
Een afpelfunctie haalt het etiket van de rugstrook zodat u het meteen kunt pakken. Voor werk waarbij iemand honderd keer per uur een etiket plakt, scheelt dat echt tijd.
Beide opties kosten geld en zijn achteraf zelden bij te bouwen. Denk dus vooraf na over hoe het etiket van de printer naar het product gaat; dat bepaalt vaker de werksnelheid dan de printsnelheid zelf.
Een thermische printer maakt tijdens het printen een raspend geluid dat vergelijkbaar is met een matrixprinter, alleen korter. Bij een enkel etiket valt dat niet op; bij een serie van vijftig wel, en in een kleine kantoorruimte is dat merkbaar.
Daarnaast wordt de printkop warm. Dat is geen probleem, maar zet het apparaat niet ingesloten weg: een printer in een dichte kast raakt zijn warmte niet kwijt en gaat dan trager printen om zichzelf te beschermen.
Houd tot slot rekening met de uitworp. Etiketten komen er aan de voorkant uit en vallen op het bureau of de vloer als u ze niet opvangt. Wie veel print, zet er een bakje onder — dat klinkt onbenullig en scheelt dagelijks bukken.
Comfortabel tot een paar honderd. Structureel meer dan vijfhonderd is werk voor een zwaardere klasse.
Ja, meestal twee tot drie keer trager dan een desktop, en de accu beperkt hoeveel u achter elkaar print.