Etikettenprinters uitgelegd: thermisch of inkt, welk formaat, en wat de etiketten kosten

Wie vijfduizend etiketten per jaar print, is na twee jaar meer kwijt aan rollen dan aan de printer. Toch wordt er vrijwel uitsluitend op die aanschafprijs vergeleken.
De rekensom is eenvoudig. Deel de prijs van een rol door het aantal etiketten erop; dat is uw prijs per etiket. Vermenigvuldig met wat u per jaar print, en tel de printer erbij op gedeeld door het aantal jaren dat u hem verwacht te gebruiken.
Doe die som één keer voor twee kandidaten. In de praktijk draait de uitkomst vaak om: de duurdere printer wordt de goedkoopste.
Bij printers die alleen eigen cassettes of rollen met een chip accepteren, bepaalt de fabrikant de prijs. Reken op twee tot vijf keer zoveel per etiket als bij standaardrollen.
Bij printers die elke rol nemen die qua maat past, koopt u waar het goedkoopst is. Voor gangbare formaten zoals 100 bij 150 millimeter of 57 bij 32 zijn er tientallen leveranciers.
Controleer daarom vóór aanschaf of u uw beoogde rol bij minstens drie verkopers vindt. Kunt u hem alleen bij de fabrikant krijgen, dan weet u waar uw geld heen gaat.
Let er bij het vergelijken ook op dat rolprijzen vaak per stuk worden getoond terwijl leveranciers per doos van twaalf of twintig rollen leveren. Reken alles terug naar de prijs per etiket; dat is het enige getal dat vergelijkbaar is.
Bij thermische transfer komt er een lint bij, en dat schrikt mensen af. Onterecht: een lint van driehonderd meter kost een paar euro en levert bij een etiket van vijftien centimeter zo'n tweeduizend afdrukken op.
Dat is minder dan een halve cent per etiket, tegenover een duurzaamheid die vele malen hoger ligt.
Wel is het lint even breed nodig als uw etiket, of breder. Print u afwisselend smal en breed, koop dan de breedste maat en accepteer dat u bij smalle etiketten lint overhoudt — of houd twee breedtes aan.
Er zijn drie posten die zelden in de vergelijking meegaan. De printkop, die na een miljoen tot vijftig miljoen centimeter versleten is en bij goedkope apparaten niet vervangbaar is — dan is het apparaat op.
Verkeerd geprinte etiketten. Bij een slecht uitgelijnd sjabloon of een verkeerde rol gooit u in één ochtend honderd etiketten weg; dat kost meer dan het prijsverschil tussen twee merken.
En uw tijd. Een printer die per vijfhonderd etiketten een rolwissel vraagt in plaats van per tweeduizend, kost u vier keer zo vaak een onderbreking. Bij drukke dagen weegt dat zwaarder dan een cent per etiket.
Stel: vijfduizend verzendlabels per jaar. Printer A kost tachtig euro en gebruikt merkgebonden rollen van 250 etiketten voor negen euro — dat is 3,6 cent per etiket, dus honderdtachtig euro per jaar.
Printer B kost honderdvijftig euro en neemt standaardrollen van 500 etiketten voor zes euro — 1,2 cent per etiket, zestig euro per jaar.
Na het eerste jaar staat A op 260 euro en B op 210. Na drie jaar is dat 620 tegenover 330. Het prijsverschil van zeventig euro bij aanschaf is dan al drie keer terugverdiend, en dat wordt elk jaar groter.
Bij verzendlabels van 100 bij 150 mm ongeveer 250 tot 500 per rol; bij kleine voorraadetiketten al gauw 1.000 tot 2.500.
Vaak wel, mits de lijm en de dikte kloppen. Bestel eerst één rol als proef; te dik papier kan de doorvoer laten haperen.